Hij zag “hun” geloof

Op de KringleidersInstructieKonferentie (kortweg de KIK) van IFES Nederland eind september 2009 kwam het gedeelte van de lamme door het dak aan bod (Marcus 2:1-12). Daar viel me vooral vers 5 op en sindsdien heeft het me al heel vaak aan het denken gezet (o.a. in de gesprekken met Ichtusstudenten over dit vers): “Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’”

De vier mannen én de lamme
Het opvallende is dat het onderwerp van de vorige zin “de vier mannen” is. Taalkundig lijkt dit op het eerste zicht te suggereren dat Jezus de zonden van de lamme vergeeft bij het zien van de zonden van de vier mannen. De theologische implicaties hiervan zouden dan zijn dat het geloof van een mens voldoende zou zijn voor de vergeving van de zonden van zijn naaste.

Ik ga niet akkoord met de Expositor’s Bible Commentary waarin Walter W. Wessel er zomaar van uitgaat dat de lamme er “vanzelfsprekend” bij moet gerekend worden (Calvijn was trouwens ook van die mening). Dat zou de kwestie meteen oplossen, maar ik vraag me af of het wel zo eenvoudig ligt.

Toen hij hun geloof zag
In het Grieks staat een participium (aorist). Hoewel het participium in een bijwoordelijk gebruik op een aantal verschillende manieren kan vertaald worden, lijken mij twee opties de moeite waard om rekening mee te houden: een participium van tijd of een participium van oorzaak.

In het eerste geval vertaal je met “Toen Jezus hun geloof zag, …” In dat geval is het niet zo’n probleem. Dan geeft het zien van hun geloof enkel aan dat dit het moment was waarna Jezus de lamme vergaf. Het is enkel een bepaling van tijd. De Nieuwe Bijbelvertaling kiest voor die optie: “Bij het zien van hun geloof.”

Omdat hij hun geloof zag
De meeste commentaren maken echter de beslissing om er een oorzakelijk verband in te zien, namelijk “doordat/omdat” Jezus hun geloof zag, vergaf hij de lamme. De volgende vraag die moet gesteld worden, is wat dan precies verstaan wordt onder “geloof.” In dat geval zijn er meerdere benaderingen mogelijk, maar aangezien ik de laatste tijd vooral bezig ben met narratieve kritiek, een poging tot een narratieve benadering.

Jacob van Bruggen geeft in zijn Commentaar op het Nieuwe Testament de heel belangrijke opmerking dat de mannen de lamme niet naar Jezus brachten voor vergeving. Ze brachten hem naar Jezus voor genezing (in 2:5 vergeeft Jezus voor het eerst, dus die verwachting leefde nog niet bij de menigte).

Verder zien we dat geloof een belangrijke context is voor het doen van wonderen. In Mc6:5-6 lezen we dat Jezus geen wonderen kon doen door het ongeloof van de mensen uit zijn thuisstad. In het eerste deel van Marcus 1-8:27 ligt de nadruk heel erg op het geloof dat mensen in Jezus hebben.

Conclusie
Wat betekent dit dan? Vier mannen komen tot bij Jezus. Hij ziet hun verwachting, namelijk dat Jezus de lamme man zal genezen. Jezus beslist om op basis van dat vertrouwen dat geloof niet meteen te genezen, maar een volgende stap in zijn goddelijke kracht te laten zien: de macht om te vergeven. Herinner dat Johannes in 1:4 de mensen had opgeroepen om tot inkeer te komen om vergeving van zonden te verkrijgen (van Bruggen, 1988:67). Dit kon Johannes niet geven, hij kon enkel oproepen tot inkeer.

Nadat Jezus in Mc1 wonderlijke zaken gedaan heeft, is het moment aangebroken om genezing te schenken. Jezus laat zien dat het krijgen van genezing genade is. “Hij die er het minst voor heeft kunnen doen (de verlamde die niet eens naar Jezus kon lópen), krijgt er het eerst deel van. Vanuit deze gezichtshoek heeft het geen zin te vragen welke verdienstelijkheid het geloof van de ene mens kan hebben voor de anderen” (van Bruggen, 1988:67).

Met die laatste uitspraak ben ik het niet helemaal eens. Het komen tot Jezus laat het geloof van de mannen zien. Omdat ze naar Jezus komen met een bepaalde verwachting en dus “geloven”, besluit Jezus vergeving te schenken aan de lamme. Niet op basis van zijn eigen prestaties, noch op die van de mannen, maar toch ingeleid door de mannen. Het is een bepaalde houding tot Jezus die hem doet besluiten tot deze actie over te gaan. Die houding uit zich in het gedrag dat ze stellen: de lamme tot bij Jezus dragen (zie Robert A. Guelich,Word Biblical Commentary 34a, 1989:85).

3 Comments

Ik volg Wessel en Calvijn. Jij schrijft: “Omdat ze naar Jezus komen met een bepaalde verwachting en dus “geloven”, …”

Het is bijna onvoorstelbaar dat de lamme niet met een verwachting tot Jezus komt (en dus zou geloven).

Dan nog heb je geen antwoord gegeven op de taalkundige problemen (Calvijn en Wessel zijn trouwens in de minderheid van commentaren die ik tot nu toe heb geraadpleegd). Over de verwachting van de lamme wordt niets gezegd in dit gedeelte.

Ik vind dat eerlijk gezegd helemaal niet zo onvoorstelbaar Jona. Hoe weet je wat die mannen besproken hebben? Wat weet de lamme? Wilde hij eigenlijk wel? Het is nu niet bepaald dat hij had weg kunnen lopen als hij geen idee had…
(Waarmee ik niet wil zeggen dat dit scenario waarschijnlijk is, slechts dat het scenario wat mij betreft niet onvoorstelbaar is).

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.