F***, s*** en ander ongein

Stiften in boeken

Toen ik een paar jaar geleden in Burkina Faso was, verbleef ik op een project van Belgische zendelingen. De stagiairs en bezoekers hadden een apart keukentje en een aparte living (iets wat je echt nodig hebt als je lange tijd ergens verblijft: een plek om even afstand te nemen van het soms harde werk).

In onze living stond een grote boekenkast. Daarin stonden heel wat Engelstalige Tom Clancy-boeken die Noël, de zendeling volgens mij van zijn Amerikaanse collega’s gekregen had. Met die boeken was iets “bijzonders” aan de hand. Er waren namelijk heel wat woorden doorschrapt met een dikke stift zodat je ze niet meer kon lezen.Nu ja, bijna niet meer. Als ik dat soort dingen zie, dan wil ik graag weten wat er onder staat en ik ben het – zij het met enige moeite – te weten gekomen. Het waren allemaal f- en s-woorden.

Wij, Nederlandstaligen, zijn opgegroeid met Amerikaanse films en series en het maakt niet zo’n indruk op ons wanneer die woorden in die films gebruikt worden. Integendeel, we gebruiken ze te pas en te onpas zelf. Ik ben er echter al meer dan eens op gewezen dat Angelsaksische mensen dergelijk taalgebruik vaak “offensive” vinden. Beledigend. Ik heb er al vaker over nagedacht: waarom gebruik ik bepaalde woorden en andere woorden niet (ik denk dat ik in mijn hele leven nog nooit een vloek met “god” daarin heb uitgesproken)? Waarom stoort het me als andere mensen bepaalde vloeken uitspreken (opnieuw het vloeken met “god” erin) en heb ik weinig moeite met f*** en s***?

Registers

Maar daar stopt dit soort vragen echter niet. Taal heeft namelijk een sociale dimensie. Taal is pas zinvol als het het gebruikt om te communiceren. In welke mate kan mijn taal een barrière zijn om duidelijk te maken wat ik wil zeggen als ik een foute woordenschat hanteer? Is het mijn verantwoordelijkheid om mijn taalgebruik aan te passen aan mijn gesprekspartners?

Ik denk eigenlijk van wel. En ik moet zeggen dat het me steeds beter afgaat. In taalwetenschappen spreekt men over verschillende “registers”. Je past je taal aan de context aan. Een probleem met taalverwerving vandaag is dat jongeren die registers moeilijker kunnen scheiden. Iedere leerkracht heeft ooit wel al eens een mailtje gekregen in msn-taal, een typisch voorbeeld.

Ik geloof dat wij als christenen ook moeten opletten met registers. Ik heb al vaak tegen medestudenten gezegd dat taalbeheersing voor christenen (en theologen) enorm belangrijk is. Theologie en filosofie zijn (naast taalwetenschappen zelf natuurlijk) wetenschappen bij uitstek waar taal een centrale rol speelt: de enige manier om een overtuiging of een gedachte duidelijk te maken is via taal. Christenen verkondigen Christus met hun daden, maar ook met hun taalgebruik. Laat ons dan maar wat meer letten op dat taalgebruik.

Nieuwtestamentische wijsheid

Ik wil eindigen met een stukje uit de Jakobusbrief, waarin Jakobus opnieuw zijn tijdloze wijsheid laat zien (Jakobus wordt soms wel het wijsheidsboek van het Nieuwe Testament genoemd):

1 Broeders en zusters, u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat. 2 En hoe vaak struikelen we niet allemaal! Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden. 3 Paarden doen we een bit in de mond om ze te laten gehoorzamen, en zo kunnen we hun hele lijf sturen. 4 En kijk eens hoe reusachtige schepen, voortgestuwd door hevige wind, met een klein roer in de richting worden gestuurd die de stuurman bepaalt. 5 Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt. 6 Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna. 7 De mens heeft alle mogelijke soorten dieren weten te temmen, wilde dieren, vogels, kruipende dieren en zeedieren, 8 maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad, vol dodelijk venijn. 9 Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld. 10 Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters? 11 Laat een bron soms uit eenzelfde ader zoet en bitter water opwellen? 12 Of kan een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Net zomin geeft een zilte bron zoet water (Jakobus 3).

Ervaren jullie ook zo’n worsteling of is deze blogpost een ver-van-je-bedshow?

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.