Over de protestantse muren kijken (1)

Op dit moment volg ik het vak Protestant Theological Systems. Daarin bespreken we de belangrijkste stromingen binnen de protestantse traditie (lutheranen, wederdopers – of anabaptsiten -, gereformeerden, anglicanen, baptisten, wesleyanen, dispensationalisten en pinksterchristenen).

Ik vind het boeiend om bezig te zijn met dit onderwerp. Het helpt me om me meer bewust te worden van mijn eigen theologische identiteit, maar ook van het spectrum waarin ik me bevind.Wat heel erg gepromoot wordt in de klas is een “generous” attitude naar andere tradities toe. Dit betekent dat we uitgedaagd worden om – zonder daarbij onze eigen achtergrond/identiteit te verliezen – open te staan voor de verschillende insteken.

Ik weet dat heel veel jonge mensen vandaag eerder denken: “Wat maakt het ook uit? Ik ben gewoon christen!” Hoewel ik hiermee akkoord ben tot op zekere hoogte en ook begrijp vanwaar deze reactie komt (heel vaak een afzetten tegen een superieure houding van oudere generaties over de eigen opvattingen), denk ik tegelijk dat dit niet altijd zinvol is. Sowieso kom je in contact met andere achtergronden en net door een bewustwording van je eigen achtergrond kun je een meer oprechte dialoog voeren. Zonder die achtergrond is een open houding veel moeilijker.

Laat me een voorbeeld geven. Het is heel moeilijk over geloofsdoop (vaak foutief “volwasssendoop” genoemd, alsof kinderen geen geloof kunnen hebben) en verbondsdoop (“babydoop”) te discussiëren, als je niet begrijpt dat de visie op de doop tussen beide opvatting héél erg uiteenloopt. “Babydopers” zien de doop voornamelijk als een opname in het verbond van God (een vervulling* – en dus ook uitbreiding want meisjes worden gedoopt – van de oudtestamentische besnijdenis). Als je als geloofsdoper reageert tegen het feit dat een baby nog niet zelf kan kiezen, dan geef je een argument waarmee de verbondsdopers het helemaal eens zullen zijn, maar voor hen is dat geen argument om niet te dopen. Pas als je die verschillende achtergrond begrijpt, dan kun je een goede discussie hierover voeren. Ik ben zelf nog altijd een voorstander van de geloofsdoop, maar ik begrijp intussen wel waarom de verbondsdoop ook vaak wordt toegepast.

Een volgende keer wil ik het hebben over een specifiek voorbeeld van James K.A. Smith die zijn best doet om als gereformeerde gelovige bijleert van de charismatische beweging.


  • Oorspronkelijk stond er “vervanging”, maar dat is aangepast door de opmerking van Kees hieronder. (Waarvoor dank.)

3 Comments

Boeiend voorbeeld rond doop!

Ik denk niet dat, voor zover ik weet, Jamie zichzelf ‘gereformeerd gelovige’ zou noemen. Hij noemt zichzelf theologisch ‘on the move’ (eerst broeder, vervolgens gereformeerd in de traditie van oa Dooyeweerd maar nu al jaren lid van een kleine pinksterkerk). Hij geeft wel les in een reformed setting en heeft vanuit een aantal reformatorische insteken commentaar gegeven op diverse andere stromingen (zie ‘Radical Orthodoxy’.) omdat die eventuele vruchtbare dialogen zouden leveren. Hij is zelfs m.i. eerder een pentecostal theologian (die overigens al heel lange tijd artikelen schrijft voor die (academische) context. Trouwens, het wikipedia artikel dat hem positioneert als een proponent van RO klopt ook niet. Hij is meer dan een eclectic theoloog…zijn eigen interpretatie is dat hij als theologian on the move meer en meer ‘catholic’ wordt. En dit is dan weer een interessante benadering van het ‘generous’-zijn waar jij het over had in de les. Voor Smith betekent generosity een beweging naar katholiciteit (niet in de roomse zin) maar zeker in de liturgische zin.

Volgens mij maak je een cruciale fout in je voorbeeld bij de ‘babydoop’.

Quote – “Babydopers” zien de doop voornamelijk als een opname in het verbond van God (een soort vervanging – en uitbreiding want meisjes worden ook gedoopt – van de oudtestamentische besnijdenis)-

Volgens mij (en ik denk voor veel gereformeerden) is de babydoop helemaal geen vervanging van de besnijdenis en bestaat er ook geen regelrechte lijn tussen besnijdenis en babydoop.

Netjes gereformeerd uitgedrukt met als basis Kolossenzen 2: ‘De belofte en schaduw opgesloten in de besnijdenis is vervuld in het ene heilsgebeuren van het kruis (negatief) en van de opstanding (positief). Ditzelfde heilsgebeuren komt als sacramentele werkelijkheid tot ons in de (baby)doop en mogen wij ons door het geloof toeëigenen.’

Concreet is de doop dus niet de vervanging maar de vervulling van de oudtestamentische besnijdenis.

@ Filip. Ik denk dat je gelijk hebt, maar het artikel dat ik zal beespreken heet “Teaching a Calvinist to Dance”, en het is nogal duidelijk dat hij zich in het artikel als calvinist identificeert.

@ Kees: Dank je wel voor de verdieping. Ik ben zelf geen verbondsdoper, en ik begrijp de theologie erachter nu al een stuk beter dan vroeger, maar ik heb duidelijk nog niet alle nuances door. Ik ga mijn tekst aanpassen.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.