Tante Loulou (deel 2)

Soms kom je van die situaties tegen dat andere mensen – christenen of niet – je een streepje God laten zien. Gisteren was opnieuw zo’n situatie. Heel wat oudere mensen zijn nogal xenofoob (om maar niet te zeggen: racistisch). Tante Loulou ligt voor de eerste keer in haar leven in het ziekenhuis. Ze is bang van ziekenhuizen, ze vindt het verschrikkelijke plekken.

Maar dat kan haar niet klein krijgen. Ze blijft vriendelijk zijn tegen de mensen. Een van haar dokter heet Hussein. Je raadt het al: hij is geen Belg. Maar tante Loulou noemt hem “menne moat” (mijn vriend). Dr. Hussein introduceert zichzelf intussen al zelf als “uwe maat” wanneer hij haar kamer binnenkomt. Haar vriendelijkheid werkt aanstekelijk. Verplegers en verpleegster springen nog even haar kamer binnen voor ze naar huis vertrekken. Ze vertellen haar wanneer ze terug komen werken en wanneer ze hen zal zien.

Voor het geval je dat niet wist, dat hoort niet bij het verplichte takenpakket van een verpleger. Het is boeiend om te zien dat het haar niet veel kost. Vriendelijk zijn is vanzelfsprekend. Net zoals niet teveel klagen. Ik vind het nogal fascinerend. Oh ja, ze heeft het moeilijk met haar ziekte. Weten dat je binnenkort gaat sterven, lijkt me niet vanzelfsprekend. En ja, ze klaagt wel af en toe eens over de pijn en over het naderende einde. Dat mag wel eens in haar situatie. Maar niet teveel, dat hoort zo niet, zie ik haar zo zeggen.

Klagen en onvriendelijk zijn gaat me soms veel te gemakkelijk af. Terwijl dat niet doen niet eens zoveel moeilijker is. En geef toe, uiteindelijk is het ook veel leuker. In de eerste plaats voor de mensen om je heen, maar minstens evenveel voor jezelf. Andere mensen gaan vriendelijker doen en gewoon als door positief in het leven te staan, ben je zelf ook veel opgewekter. Ik kan wel nog wat leren. Niet in het minst van mensen die terminale kanker blijken te hebben…

1 Comment

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.