Marcus 1-16

Het is vreemd – of niet – maar wij zijn geneigd om wanneer we de Bijbel lezen, telkens slechts één perikoopje (= kleine teksteenheid) te lezen. We kunnen ons daarbij de vraag stellen of dit goed is.

Er zijn voordelen bij het lezen van een enkele perikoop. Eén van de belangrijkste is waarschijnlijk dat je de tekst veel aandachtiger leest. Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat, maar ik ben iemand die snel mijn aandacht verliest tijdens het lezen. Het gevolg daarvan is dat ik zelden gedetailleerd aan het lezen ben. Bij romans lees ik bijvoorbeeld redelijk diagonaal. Kortere teksten gaan wat dit betreft iets beter.

Er zijn echter ook grote voordelen aan het lezen van een volledig Bijbelboek: je houdt de macrostructuur veel meer voor ogen en je ziet de hele tekst in zijn context. Daarnaast merk je bijvoorbeeld ook veel sneller wanneer bepaalde elementen terugkeren in een boek en zul je veel sneller de stijl van een auteur kunnen karakteriseren.

Ik denk dat het goed is om zowel perikoopjes als volledige Bijbelboeken te lezen. De laatste tijd probeer ik vooral dat laatste te doen omdat dat iets is wat bij mijn vroeger zelden gebeurde. Zo heb ik onlangs Job, Jesaja, Joël en Obadja in een heel korte tijdsspanne gelezen (voor Job en Jesaja meerdere dagen, de andere één dag). Het werkt verrijkend.

Op aanraden van één van mijn docenten, Jack Barentsen, heb ik hetzelfde vandaag geprobeerd met één van de evangeliën: Marcus (jawel, ik heb er de kortste uitgepikt). Ik moet zeggen dat ik er enorm van genoten heb en dat ik me aan de kant van drs. Barentsen schaar: ik zal dit ook aanraden. Het is waar, het vraagt wat van je tijd (al valt dat al bij al goed mee), maar het loont echt de moeite. Ik hoop dat dit geen eenmalig initiatief van mezelf wordt.

3 Comments

Zeker.

Toen ik het boek Job voor het eerst in korte tijd heb doorgelezen, ben ik tot de ontdekking gekomen dat Job een ferm stuk kon klagen (daar had hij natuurlijk reden toe, maar toch). Job doet iets wat men in de psychologie ‘externe attributie’ noemt: hij legt al zijn problemen buiten zichzelf. Op zich doet hij daarmee niets verkeerd, ware het niet dat hij God begint te verwijten voor vanalles en nog wat. Een verstaanbare menselijke reactie, maar voor mij een van de eerste keren dat ik die menselijke kant van Job kon zien. Ik zag hem niet enkel als dé geloofsheld, maar ook als worstelende mens. Ik ben het verhaal anders gaan bekijken doordat ik het helemaal in één keer zag. Ik heb veel meer de bijzondere plek van Elihu ingezien.

Door Marcus in één stuk door te lezen, valt op dat Marcus zich focust op de bediening van Jezus. Hij heeft het niet over Jezus’ kinderjaren of gaat niet echt diep in op Johannes de Doper. Daarnaast valt ook op dat tussen de Verheerlijking op de berg (Mc9:2v.) en Jezus’ sterven (Mc15:16v.) veel minder wonderen aan bod komen dan vóór Mc9:2. De nadruk verschuift volgens mij van Jezus als wonderdoener naar Jezus als leraar.
Het valt ook op dat Jezus vaak vraagt om niets verder te vertellen wanneer hij een wonder heeft verricht (Mc1:44; 8:28; 9:9) en dat hij de demonen die hij uitdrijft niet toestaat hem bij naam te noemen (Mc1:34; 2:12). Hij staat dit wel toe wanneer hij buiten Israël komt (Mc5; 7:24v.).
Vervolgens valt ook op dat Jezus al heel vroeg in Marcus belaagd werd (Mc3:6), dat was mij nog niet eerder opgevallen.

Beantwoord ik daarmee je vraag?

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.