Dagje Schiphol

Plotseling kom ik dan twee keer in één maand tijd in Nederland. Dit keer was het een iets kortere trip, dus verwacht u deze keer niet aan een driedelige reeks. We gingen met zijn drieën de goedbevriende kennis van mijn gids uit de vorige Nederlandtrip oppikken. Zij had een hele tijd in een niet nader vernoemd land verbleven. In Schiphol gingen we naar haar aankomst samen eerst iets eten en dan beland je al gauw in Burger King. Hoewel ik de burgers best lekker vond, waren ze natuurlijk niet zo ideaal voor mijn ietwat gevoelige spijsverteringsstelsel.

Het gevolg van deze interne problematiek was dat ik de rit van A’dam naar Leuven niet in een keer kon maken. Te veel last van buikkrampen. Dus dacht ik: “Laten we maar in Nederland even afrijden, hier kun je ten minste gratis naar de wc gaan.” Zelfs in een grote plek als Schiphol is dat het geval en het zijn best wel propere wc’s daar. In België begint men gigantisch te overdrijven wat betreft het entreegeld voor de wc’s. Je vraagt je toch wel af wat er zo bijzonder moet zijn aan de wc in Brussel-Noord als je 40 cent per bezoek moet betalen.

Nu, in Nederland is dat dus niet het geval. Terecht. Ik koos een willekeurige afrit (veel langer kon ik het toch niet ophouden) en ging naar het toilet.* Ik kijk bij de heren en zie daar twee deuren – twee wc’s dus – én twee urinoirs. Oef, en alles mooi op tijd. Het is er wel een beetje donker. Ik zoek dus de lichtschakelaar, maar die blijkt er niet te zitten. In het donker mijn behoefte doen, vind ik best wel eng, zeker bij buikkrampen. Ik ga dan maar naar de vrouwen-wc. Dat blijkt één enkel toilet te zijn dat bovendien nog eens met de mindervaliden moet gedeeld worden. “Dat lukt op zich ook wel,” denk ik.

Ik ga naar binnen en merk dat er geen toiletpapier is. Intussen begint het toch wel een beetje erg dringend te worden en ga ik vlug naar het aanpalende winkeltje om toiletpapier te vragen. In mijn über-Vlaamse aanpak zeg ik: “Er is geen toiletpapier meer.” (Eigenlijk had ik beter iets gevraagd als “Zou u alstublieft toiletpapier willen geven?”) Waarop de man achter de balie vraagt: “Welk toilet? Dames of heren?” Mijn eerste gedacht is om hem te corrigeren en te zeggen dat het om ‘mindervalide dame of heren’ en niet om ‘dames of heren’ gaat, maar ik houd me in en zeg (opnieuw weer veel te veel op zijn Vlaams rond de pot gedraaid, dit hele gedoe draaide trouwens erg vaak rond de pot): “Er is toch geen licht in de heren-wc.” Waarop de man antwoordt: “Daar kan ik niets aan doen, u zult in het donker moeten gaan.” Ik repliceer: “Is het dan niet logischer om bij de vrouwen te gaan?” De man opnieuw: “Doet u dat dan maar.” “Maar daar is geen wc-papier,” zeg ik. Waarop de man antwoordt: “Mijn vrouw is intussen al weg met wc-papier.”

Ga ik dus gauw weer naar buiten in de hoop dat de vrouw snel met toiletpapier komt aan gelopen (of ‘gerend’ moet dat zijn in Nederland). En dan krijg ik dat nauw weer dat net op dat moment vier vrouwen tegelijk toekomen om die ene wc te gebruiken. Impulsief besluit ik dan maar om de eerste voor te laten gaan omdat ik vermoed dat mijn bezoekje niet over een nacht ijs zal gaan. Intussen blijf ik uiteraard ophouden. De vrouw voor me neemt rustig haar tijd, maar uiteindelijk loopt alles goed af, al moet ik zeggen dat de uitdrukking ‘op het gemak zitten’ niet echt van toepassing op de situatie. Gelukkig komt alles goed terecht: de goedbevriende kennis bij J.B., de auto bij M.H., ik bij de trouw van P.T. en R.L. en mijn behoefte in… nu ja, daarvoor hebt u ongetwijfeld voldoende inlevingsvermogen.

  • Omdat het vanaf hier écht levendig begint te worden, verander ik naar de tegenwoordige tijd. Ik hoop u zo mee te nemen naar het centrum van dit ongetwijfeld spannende verhaal.

2 Comments

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.