1 Petrus

Gisteren was de Eerste Brief van Petrus aan de beurt. Ik had lang geleden de brief al eens gelezen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik compleet vergeten was waar hij over ging. Het was tof om het eens opnieuw te lezen.

Petrus schrijft zijn eerste brief op de vooravond van de eerste grote christenvervolging in Rome. In 64 brak een grote brand uit die een aanzienlijk deel van Rome verwoeste. Keizer Nero was op dat moment niet in de stad, maar al gauw verspreidde het gerucht de ronde dat Nero de aanzetter was van de brand. Als gevolg daarvan beschuldigde hij de christelijke minderheid met als gevolg een grote vervolging in de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Net voor deze gebeurtenissen schrijft Petrus in 62-64 zijn brief. Hoogstwaarschijnlijk verblijft Petrus op dat moment zelf in Rome en merkt hij al dat de houding tegenover christenen erg negatief aan het worden is. In 1Pe5:13 lezen we dat hij vanuit ‘Babylon’ schrijft, maar de meeste bijbeluitleggers zijn het er over eens dat Babylon een soort codewoord voor Rome is (vgl. Op14:8; 17:5).

In 1Pe kunnen we meermaals lezen dat het belangrijk is om een getuige van Christus te zijn, zowel in woord als in daad. Hij bemoedigt mensen die als gevolg van hun christenzijn lijden ervaren. Hoewel het niet gemakkelijk is, noemt Petrus het lijden pure genade omdat we daarin Jezus mogen volgen. Hij wijst er tegelijk op dat het huidige lijden niet opweegt tegenover de heerlijkheid die ons te wachten staat.
Dat is een tweede heel centraal thema in zijn brief: het lijken op Jezus. Die twee thema’s hangen uiteraard heel nauw samen.

Voor meer info, zie onder andere:
Blum, Edwin A. “1 Peter.” In The Expositor’s Bible Commentary. Vol. 12, Hebrews through Revelation, ed. Frank E. Gaebelein. Grand Rapids: Zondervan, 1981.

‘Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren’ (1Pe1:6-7).

‘U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is? Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. In de Schrift staat immers: “In Sion leg ik een hoeksteen die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.” Kostbaar is hij voor u, die erop vertrouwen. Voor wie er niet op vertrouwen, geldt echter: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.” En: “Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.” Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd. Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht’ (2:3-9)

‘Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken’ (2:12).

‘Het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen’ (2:20b-24).

‘Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster. Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet’ (3:16-17).

‘Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God’ (4:12-16).

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.